De potvis is de grootste walvis uit de familie
van tandwalvissen en is de soort met de grootste verschillen tussen de
geslachten (d.w.z., verschillen in afmetingen en fysieke kenmerken tussen
mannetjes en vrouwtjes) van alle walvisachtigen. Mannetjes zijn aanzienlijk
groter dan vrouwtjes, en worden gemiddeld 15 meter lang; vrouwtjes halen slechts
10 meter. Kalveren zijn bij de geboorte 3,5 tot 4,5 meter lang en wegen ongeveer
een ton.
Potvissen hebben een grote, stompe kop die bijna eenderde van
het totale lichaam beslaat. De vierkante kop is bij de mannetjes aanzienlijk
groter dan bij de vrouwtjes en steekt duidelijk verder uit dan de lange, smalle
onderkaak met tanden. Volwassen dieren zijn leigrijs of bruin tot zwart,
kalveren zijn over het gehele lichaam lichter grijs. Volwassen dieren zijn
witgekleurd op de buik, aan de voorzijde van de kop, en rondom de bek. Vanaf de
kop is de huid gerimpeld, wat op foto's duidelijk zichtbaar is.
De
afgeronde of driehoekige bult op de plaats waar normaal de rugvin zou zitten, en
de "knokkels" op de staartwortel komen duidelijk zichtbaar boven water als het
dier de rug kromt voor een duik. Soms is ook de "kiel" op de buik zichtbaar als
de potvis voorafgaand aan een duik zijn staartvinnen opricht. De staartvinnen
zijn groot en driehoekig, met een rechte achterrand en een diepe inkeping in het
midden. Omdat het blaasgat zich aan de voorzijde, links op de kop bevindt, is de
blaaswolk schuin naar voren
gericht.
| Natuurlijke geschiedenis |
Potvissen komen over de hele wereld voor, van het
Arctisch tot het Antarctisch gebied, en worden het vaakst aangetroffen in diepe
wateren uit de kust, hoewel ze zich ook wel dicht bij de kust wagen als daar
onderwaterravijnen of andere diepe wateren zijn. Vrouwtjes en jongen leven in
stabiele, sociale groepen die deels matrilineair zijn (d.w.z., de verwantschap
loopt via de familie van de moeder). Volwassen mannetjes bewegen zich dichter in
de buurt van de polen, de vrouwtjes en jongen zijn gewoonlijk te vinden in
tropische tot warm-gematigde wateren.
Vrouwtjes zijn geslachtrijp als ze
acht tot elf jaar oud zijn, bij mannetjes is dit tien jaar, hoewel ze
waarschijnlijk niet paren tot ze 18 of 20 jaar oud zijn. Kalveren worden elke
drie tot zes jaar geboren, na een draagtijd van 14 tot 15 maanden. Kalveren
worden gezoogd tot ze 18 maanden oud zijn, hoewel het zogen sporadisch ook
langer wordt voortgezet.
Potvissen maken lange, diepe duiken tot wel
1.000 meter om hun voorkeursvoedsel te vinden, namelijk pijlinktvissen die op
deze grote diepte leven. Er zijn duiken gemeld tot een diepte van 2.800 meter,
met een duur van twee uur. Aan de oppervlakte kunnen de dieren acrobatisch
gedrag vertonen, ze slaan met de staart op het water of maken zich er geheel uit
los. Het grootste deel van de tijd die ze onder water doorbrengen, produceren
potvissen klikgeluiden met een grote variatie aan toonhoogten. Aangenomen wordt
dat het hierbij om een vorm van echolocatie gaat. Potvissen produceren bovendien
herhaalde klikpatronen – ook wel 'codes' genoemd – waarvan wordt vermoed dat ze
een bepaalde sociale betekenis hebben.
Er zijn geen cijfers beschikbaar
over de wereldwijde populatie
potvissen.
| | | |