De noordse vinvis is de minst bekende vinvis uit
de familie , Balaenopteridae, waartoe ook de blauwe vinvis, de Bryde's
vinvis, de gewone vinvis en de dwergvinvis behoren.
De noordse vinvis is
kleiner dan de gewone vinvis en groter dan de Bryde's vinvis, en heeft net als
de andere soorten een gestroomlijnde lichaamsvorm en een breed, plat, U-vormig
rostrum. Er loopt een opvallende lengterichel van het blaasgat naar de punt van
het rostrum.
Volwassen noordse vinvissen zijn 12 tot 16 meter lang.
Vrouwtjes zijn gewoonlijk groter dan mannetjes. Kalveren zijn bij de geboorte
circa 4,5 meter lang. Het lichaam is aan de bovenzijde leigrijs en aan de
onderzijde lichter van kleur, hoewel er tussen dieren onderling variatie
mogelijk is. Sommige dieren hebben lichtergekleurde langwerpige vlekken op hun
flanken – waarschijnlijk littekens veroorzaakt door parasieten.
De kop is
aan beide zijden gelijkmatig zwart - anders dan de asymmetrische tekening van de
gewone vinvis - met een grijswit gebied dat zich vrijwel altijd beperkt tot de
groeven op de keel. Sommige dieren hebben een wit of lichtgekleurd gebied op de
borstvin en een witte streep die van achter het oog over de voorrand van de
borstvin loopt.
De lange, sikkelvormige rugvin, op het midden van de rug,
verschijnt gelijktijdig met de blaaswolk boven het
wateroppervlak.
| Natuurlijke geschiedenis |
Er is slechts weinig bekend over de biologie,
ecologie en het gedrag van de noordse vinvis. Het dier is kosmopoliet en lijkt
de voorkeur te geven aan diepe, gematigde tot subpolaire wateren in open
zee.
De bewegingen en verspreiding van de noordse vinvis zijn niet goed
gedocumenteerd en zijn per jaar en van jaar tot jaar vaak moeilijk te
voorspellen. Noordse vinvissen lijken sterk nomadisch, en brengen de winters
door in warme, subtropische wateren, om in de zomer naar gematigde of polaire
wateren te trekken om zich te voeden. Ze dringen echter niet zo diep in de
polaire wateren door als andere vinvissen, en blijven gewoonlijk buiten de
ijszone.
In de migratieperiode vertrekken niet altijd alle dieren
tegelijk, zwangere vrouwtjes gaan de andere dieren vaak voor op weg van en naar
de zomerse voedselgronden. De noordse vinvis verplaatst zich gewoonlijk alleen
of in groepen van twee tot vijf dieren, hoewel op de voedselgronden wel grotere
aantallen worden aangetroffen. Ze zeven meestal hun voedsel aan, of direct
onder, de oppervlakte uit het water – meestal planktonische schaaldieren als
roeipootkreeft en krill. Door deze manier van foerageren zijn ze vrij
onopvallend.
Noordse vinvissen springen niet uit het water en heffen hun
staartvinnen niet op voordat ze diep onderduiken. In plaats van de rug te
krommen voor een duik, laat een noordse vinvis zich langzaam omlaag zinken,
waarbij een aantal draaikolken of "sporen" aan het oppervlak achterblijven. Als
noordse vinvissen aan de oppervlakte komen, is meestal hun rostrum zichtbaar,
maar hun lichaam blijft gewoonlijk grotendeels onder water. De noordse vinvis is
de snelste zwemmer onder de grote walvissen, met pieksnelheden van zo'n 40
kilometer per uur.
Van noordse vinvissen wordt aangenomen dat ze
geslachtsrijp zijn op zes- tot achtjarige leeftijd. Kalveren worden voor zover
bekend met tussenpozen van twee tot drie jaar geboren, gewoonlijk in de winter
en na een draagtijd van 10,5 tot 13 maanden. Ze worden gezoogd tot ze zes tot
negen maanden oud zijn. Deze cijfers zijn algemeen geaccepteerd, maar zouden
door verder wetenschappelijk onderzoek tegengesproken kunnen worden.
Er
zijn geen recente cijfers beschikbaar over de populatie en ook over de status
van de soort is weinig
bekend.
| | | |