Choose Country

Gewone dwergvinvis

Bookmark and Share

 

Classificatie:
Wetenschappelijke benaming:
Balaenoptera acutorostrata; Balaenoptera bonaerensis
Klasse:
Mammalia
Onderklasse:
Orde:
Cetacea
Familie:
Balaenopteridae
Genus:
Balaenoptera
Soort:
Acutorostrata; Bonaerensis
Populatie Wereldwijd
Beschrijving En Natuurlijke Geschiedenis
Fysieke beschrijving

De gewone dwergvinvis is het kleinste lid van de familie Balaenopteridae. Omdat er enige verwarring bestond over de taxonomische indeling van deze soort, stelde Rice (1998) voor de gewone dwergvinvis onder te verdelen in twee verschillende soorten. Op het noordelijk halfrond komt de B.a. acutorostrata voor in de Atlantische Oceaan, en de B.a. scammoni in de Stille Oceaan. Op het zuidelijk halfrond leven de Antarctische dwergvinvis, B. bonaerensis, en een afzonderlijke kleinere vorm dwergvinvissen zonder specifieke eigen naam.

Met uitzondering van de kleinere vorm (die voorkomt op het zuidelijk halfrond, maar genetisch gezien nauwer verwant is aan zijn familieleden op het noordelijk halfrond), verschillen de dwergvinvissen op het noordelijk en zuidelijk halfrond in meerdere opzichten van elkaar.

Antarctische dwergvinvissen zijn groter dan hun tegenhangers op het noordelijk halfrond – de vrouwtjes worden maximaal 10,7 meter lang, de mannetjes 9,8 meter. Het maximale gewicht voor volwassen dieren ligt rond de tien ton.

Dwergvinvissen op het noordelijk halfrond bereiken een maximale lengte van 9,2 meter. Op beide halfronden worden de kalveren geboren met een lengte van 2,4 tot 2,8 meter en een gewicht van 350 kilo. De kleinere vorm dwergvinvissen wordt acht meter lang en krijgt kalveren met een lengte van rond de twee meter.

Alle dwergvinvissen hebben een slank, gestroomlijnd lichaam met een donkere kop, die van bovenaf gezien een V-vorm heeft. De snuit is smal en puntig. Er loopt één enkele richel in de lengte over het rostrum, vóór de blaasgaten. Het dier heeft, net als alle andere baleinwalvissen, twee blaasgaten en de lijn van de bek is recht en horizontaal. Er lopen keelgroeven van de onderkant van de kin naar de navel. De baleinen zijn kort en de kleur varieert afhankelijk van de geografische locatie, maar over het algemeen geldt dat de voorste baleinen lichter zijn en de achterste donkerder.

Het lichaam is donkergrijs of zwart op de rug en wit aan de onderzijde, met op beide flanken onder en voor de rugvin een grijze tint. De rugvin is sikkelvormig en bevindt zich op ongeveer tweederde van het lichaam, gemeten vanaf de kop.

Dwergvinvissen op het noordelijk halfrond hebben een witte band rond de borstvinnen, terwijl bij Antarctische dwergvinvissen deze banden geheel ontbreken of onregelmatig van kleur en vorm zijn. Bij de kleinere vorm dwergvinvissen zijn de borstvinnen bij de basis wit en bij de punt donker, met een witte vlek op de schouder bij de overgang tussen borstvin en lichaam, en donkere vlekken die uitlopen naar de voorzijde van de borstvinnen en de keel.

Natuurlijke geschiedenis
De dwergvinvis komt in alle wereldzeeën voor, maar wordt algemener aangetroffen in koudere wateren. De dieren worden wel in open zee waargenomen, maar bevinden zich vaak dichter langs de kust, waar ze ook baaien en inhammen inzwemmen. Bij het onderduiken komen de staartvinnen niet boven water, maar voorafgaand aan een lange duik wordt wel vaak de gekromde staartwortel zichtbaar boven het wateroppervlak.

De dieren 'rijden' niet mee op boeggolven, maar het gebeurt wel dat ze boten dicht naderen of meezwemmen en acrobatische kunsten vertonen, zoals de kop boven water steken of met het gehele lichaam uit het water springen.

In sommige gebieden worden dwergvinvissen het hele jaar aangetroffen, in andere gebieden juist alleen in bepaalde seizoenen. Aangenomen wordt dat bepaalde populaties elk jaar van de polaire voedselgronden naar warmere voortplantingsgebieden migreren. De Noord-Atlantische dwergvinvissen worden in de zomer aangetroffen in het poolgebied bij Ungava Bay, Baffin Bay, Straat Davis, de Straat van Denemarken, Jan Mayen, Svalbard en de Barentszee.

De overwinteringsgebieden zijn nauwelijks in kaart gebracht, maar er zijn waarnemingen geweest voor de kust van Virginia, ten zuiden van Dominica in de westelijke Noord-Atlantische Oceaan, en van de Noordzee tot de Straat van Gibraltar in de oostelijke Noord-Atlantische Oceaan.

Dwergvinvissen uit de noordelijke Stille Oceaan brengen de zomer door in de zuidelijke Tsjoektsjenzee, in zuidelijke richting tot in de Oost-Chinese Zee, en in de centrale Stille Oceaan en voor de kust van Baja California. Over de overwinteringsgebieden is weinig bekend, maar deze zouden zich uitstrekken van de Oost-Chinese zee en centraal Californië tot nabij de evenaar.

De Antarctische dwergvinvissen brengen de zomer door in het Antarctisch gebied, met name dicht aan de randen van het pakijs, en de winter in het noorden, van de evenaar tot aan de 35e breedtecirkel. De dieren zijn bovendien in de winter in de Ross Zee waargenomen.

De kleine vorm dwergvinvis komt vooral voor in gebieden op het zuidelijk halfrond die dichter bij de evenaar liggen, met overwinteringsgebieden bij Zuid-Afrika, Australië, Nieuw-Zeeland, Nieuw-Caledonië en de oostkust van Zuid-Amerika, die van maart tot december bezocht worden. Verspreid in het subantarctisch gebied zijn er van december tot maart exemplaren waargenomen, en de kleine vorm is eveneens ten zuiden van 60 graden zuiderbreedte aangetroffen.

Dwergvinvissen leven over het algemeen solitair of in kleine groepen, hoewel ze ook wel in grotere groepen worden aangetroffen in gebieden waar zich grote concentraties prooidieren bevinden. De dwergvinvis voedt zich hoofdzakelijk met krill en kleine schoolvissen.

Er bestaat geen officiële schatting van de populatie dwergvinvissen op het zuidelijk halfrond. De Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) beraadt zich nog over de status en samenstelling van de verschillende populaties van deze soort. De Noord-Atlantische populatie (met uitzondering van de Canadese oostkust) wordt geschat op 149.000 dieren, en de populatie in de noordwestelijke Stille Oceaan en de Zee van Okhotsk op zo'n 25.000 dieren.

Huidige Status Van De Soort
Status

B. acutorostrata staat op de rode lijst van de International Union for the Conservation of Nature and Natural Resources (IUCN) in de categorie lager risico, maar bijna bedreigd en is opgenomen in Bijlage I van de Conventie inzake de Internationale Handel in Bedreigde Uitheemse Dieren en Planten (CITES). B. bonaerensis heeft op de lijst van de IUCN de status lager risico, maar wel afhankelijk van bescherming en is eveneens opgenomen in Bijlage I van CITES.

Gevaren die de soort bedreigen

De dwergvinvis is de kleinste van de grote walvissoorten, waardoor commerciële jacht op deze soort niet financieel aantrekkelijk was tot in de jaren '20, toen de populaties van alle grotere walvissoorten sterk waren uitgedund. Ondanks het moratorium dat de Internationale Walvisvaart Commissie in 1986 instelde op de commerciële walvisjacht, vormde de dwergvinvis de afgelopen 20 jaar het belangrijkste doelwit van de commerciële walvisjacht door Noorwegen en Japan. Sinds 1993 jaagt Noorwegen commercieel op walvissen in de Noordoost-Atlantische Oceaan, op grond van een voorbehoud op het moratorium van de IWC. Tussen 1993 en 2000 doodde Noorwegen 3.172 dwergvinvissen. Japan jaagt eveneens op walvissen, zogenaamd voor "wetenschappelijke doeleinden."

Tussen 1990 en 1999 doodde Japan in totaal 3.751 dwergvinvissen in het Antarctisch gebied, waaronder ook een aantal dwergvinvissen van de kleinere soort. Tussen 1994 en 2000 doodde Japan bovendien 538 dwergvinvissen in de noordelijke Stille Oceaan, waar twee genetisch afwijkende groepen leven – de "O" groep die uit de kust leeft, en de "J" groep die langs de kust van de Japanse Zee/Oostzee voorkomt. Omdat de twee groepen met het blote oog niet van elkaar te onderscheiden zijn, gebeurt het dat exemplaren van de sterk uitgedunde "J" groep door Japan gedood worden, of in de Zuid-Koreaanse visserij als bijvangst worden gevangen. Het Wetenschappelijk Comité van de IWC stelde in 1999 vast dat de genetisch afwijkende "J" groep gezien het grote aantal onbedoelde vangsten "waarschijnlijk in belangrijke mate verder zal afnemen". Vlees afkomstig uit de jacht en bijvangst door vissers wordt zowel in Japan als Korea voor commerciële doeleinden verkocht. Dwergvinvissen worden eveneens bedreigd door verstrikking in visnetten, botsingen met schepen, vervuiling van oceanen (scheepsafval, verontreinigende stoffen, gelekte olie en lawaai) en achteruitgang van leefgebieden door industriële ontwikkeling in kustgebieden.

Internationale handel
Opgenomen in CITES-bijlage I, die internationale handel verbiedt.

 

 

Auteur En Bronnen
Bronnen

Baker, C.S., G.M. Lento, F. Cipriano, S.R. Palumbi and B.C. Congdon. 1999. North Pacific minke whales on the Japanese markets: species identification, stock estimation and individual exclusion. Working Paper for the Molecular Identification of Whales, Dolphins and Porpoises Workshop. Southwest Fisheries Science Center, La Jolla, California, USA, 14-16 June 1999. Mol ID Working Paper 5.2.1. 6pp

CITES. 2001. Balaenoptera acutorostrata. http://www.cites.org.

CRC Reef Research Centre. 2001. Dwarf minke whale biology.

Discovering Whales. The minke whale. 2001. http://whales.magna.com.au.

IFAW. 2001. Whale kills since 1990.

IUCN. 2001. The 2000 IUCN Red List of Threatened Species. http://www.redlist.org.

IWC. http://ourworld.compuserve.com.

Jefferson, T.A., S. Leatherwood and M.A. Webber. 1993. Marine mammals of the world. FAO Species Identification Guide. UNEP, Rome. 320pp.

Rice, D.W. 1998. Marine mammals of the world: systematics and distribution. Special Publication Number 4. The Society for Marine Mammalogy. 231 pp.

WDCS. 2001. Minke whale. http://ourworld.compuserve.com