De bultrug is groter dan de dwergvinvis, de
Bryde’s vinvis, de noordse vinvis, de gewone vinvis en de blauwe vinvis (de
andere walvissoorten van de familie Balaenopteridae), maar is niet zo
kolossaal als de noord- en zuidkaper en de Groenlandse walvis.
Volwassen
mannetjesbultruggen worden 13 tot 14,8 meter lang. Vrouwtjes zijn groter, tussen
13,9 en 15,5 meter, en wegen 24,8 tot 40,8 ton. Kalveren zijn 4 tot 4,6 meter
lang. Bultruggen op het zuidelijk halfrond zijn gemiddeld langer dan hun
soortgenoten op het noordelijk halfrond.
De borstvinnen zijn extreem
lang, tot wel een derde van de totale lichaamslengte – of 4,5 meter – en op de
rand aan de voorzijde zitten bulten. Het lichaam is over het algemeen zwart of
donkergrijs op de rug, en wit op de buik. De staartwortel is relatief smal en de
staartvinnen hebben holronde, gegolfde randen. De kleur van de buikvin (aan de
onderzijde) varieert van geheel zwart tot geheel wit.
Wetenschappers
identificeren individuele dieren aan de hand van hun verschillende tekeningen
die, net als de menselijke vingerafdruk, voor elk dier uniek zijn.
De
rugvin is laag met een brede basis, en bevindt zich meestal bovenop een bult op
tweederde van de bultige rug. Ook verschillen in de vorm van rugvinnen en
opgelopen littekens worden gebruikt voor het identificeren van individuele
dieren.
Uit de bovenkaak hangen 270 tot 400 donkergekleurde baleinen naar
beneden, en van de onderkaak naar de navel, en soms nog verder, lopen 14 tot 35
keelgroeven. De wolk waterdamp die uit de twee blaasgaten wordt gespoten is laag
en breed, en heeft soms een V-vorm.
De kop is bedekt met vlezige knobbels
(haarzakjes) met elk tenminste één stugge haar. De onderkaak is eveneens bedekt
met vlezige knobbels en heeft een rond uitsteeksel bij de
punt.
Natuurlijke geschiedenis |
De bultrug komt in alle wereldzeeën voor. Tijdens
de jaarlijkse migratie leggen ze lange afstanden af van voedselrijke gebieden
rond de poolgebieden – waarbij ze soms dicht langs de kust of de continentale
plaat trekken – naar traditionele voortplantingsgebieden rond de evenaar, waar
ze zich vaak verzamelen rond geïsoleerde kusten of riffen in open zee. Sommige
dieren overwinteren in de voedselgebieden.
Bultruggen paren en bevallen
in de winter; in deze periode eten de walvissen niet. In het noordelijk deel van
de Atlantische Oceaan leven verschillende populaties bultruggen afgescheiden van
elkaar op afzonderlijke voedselgronden, ondermeer in de Golf van Maine, voor de
kust van oostelijk Canada en West-Groenland, IJsland en Noorwegen - deze
populaties vermengen zich echter wel met elkaar in de voortplantingsgebieden in
het Caribisch gebied.
In het noordelijk deel van de Stille Oceaan
migreren de bultruggen die zich in de wateren voor Alaska voeden naar de
Hawaïaanse Eilanden, terwijl de bultruggen van het Californische geslacht zich
in de Mexicaanse kustwateren voortplanten.
Er is minder bekend over de
bewegingen van de bultruggen op het zuidelijk halfrond die zich voeden in de
Zuidelijke IJszee, maar er zijn populaties die zich voortplanten rond Madagaskar
en oostelijk Afrika, westelijk Zuid-Amerika, Australië, en eilanden en
rifsystemen in de zuidelijke Stille Oceaan.
Mannetjes en vrouwtjes zijn
met ongeveer vier tot acht jaar geslachtsrijp. Elke twee tot drie jaar wordt er
een kalf geboren, na een draagtijd van 11 tot 12 maanden. Kalveren worden
gespeend als ze 10 tot 12 maanden oud zijn.
Mannetjesbultruggen staan
bekend om hun complexe "liederen." Deze liederen zijn te horen tijdens het
paarseizoen; ze kunnen veel verschillende frequenties omvatten, zijn uniek voor
de verschillende populaties, en kunnen wel 20 minuten duren waarna ze worden
herhaald. Bultruggen worden ongeveer 50 jaar.
Net als de andere
Balaenopteridae filteren bultruggen hun voedsel op een snelle en actieve manier
uit het water. Terwijl ze grote hoeveelheden water en prooidiertjes (krill en
kleine schoolvissen als lodde, makreel, zandspiering en haring) hun bek in laten
stromen, zetten hun keelgroeven uit. Als de bek wordt gesloten, wordt het water
naar buiten geperst en blijft de prooi achter de baleinen in de bek
hangen.
Bultruggen vangen hun prooi alleen of in samenwerking met andere
bultruggen. Sommige dieren passen een unieke 'luchtbellentechniek' toe, waarbij
met het blaasgat een net van luchtbellen om bepaalde prooien heen wordt gelegd.
Een andere techniek die bultruggen bij het voeden gebruiken, is om samen met
andere bultruggen de prooi bijeen te drijven.
Bultruggen zijn actief en
acrobatisch – zo kunnen ze hun kop verticaal uit het water steken, met staart en
vinnen op het wateroppervlak slaan, en met hun hele lichaam uit het water
springen. Dit gedrag maakt deze walvissen tot een favoriet onder
walvistoeristen. De dieren kunnen bovendien zeer nieuwsgierig gedrag vertonen en
boten dicht naderen.
Een aantal populaties bultruggen is in detail
bestudeerd; wetenschappers observeerden jarenlang dezelfde dieren. In andere
gebieden is heel weinig over deze soort bekend.
Sommige van de populaties
die door de walvisjacht tot zeer kleine aantallen waren gereduceerd, lijken zich
nu te herstellen. Andere populaties vertonen maar weinig tekenen van
herstel. | | | | | |