Choose Country

Blauwe vinvis

Bookmark and Share

 

Classificatie:
Wetenschappelijke benaming:
Klasse:
Mammalia
Onderklasse:
Orde:
Cetacea
Familie:
Balaenopteridae
Genus:
Balaenoptera
Soort:
Musculus
Populatie Wereldwijd
Beschrijving En Natuurlijke Geschiedenis
Fysieke beschrijving
De blauwe vinvis is het grootste dier dat ooit op aarde geleefd heeft.

Deze vinvis wordt 24 tot 30 meter lang en weegt mogelijk wel 160 ton. Vrouwtjes zijn iets groter dan mannetjes. Kalveren zijn bij de geboorte zes tot zeven meter lang.

De lichaamsvorm van de blauwe vinvis is vergelijkbaar met die van andere vinvissoorten uit de familie Balaenopteridae. Blauwe vinvissen hebben een gestroomlijnd lichaam en een breed, plat, U-vormig rostrum, vergelijkbaar met de gewone vinvis, noordse vinvis, Bryde’s vinvis en dwergvinvis. De twee blaasgaten worden afgeschermd door een groot 'spatscherm' en er loopt een richel over de kop, van de blaasgaten tot bijna aan de punt van het rostrum. Blauwe vinvissen hebben een donkere, blauwgrijze kleur met lichtgekleurde vlekken over het hele lichaam.

De borstvinnen zijn relatief kort en puntig en zijn aan de onderzijde lichtgekleurd of wit. De staartvinnen zijn breed en driehoekig, met een inkeping in het midden en een gladde achterrand. De kleine rugvin bevindt zich op driekwart van de rug, gemeten vanaf de kop, en verschijnt door de aanzienlijke lengte van het dier pas na enige tijd na het uitblazen van de blaaswolk aan de oppervlakte. De enorme, tien meter hoge waterkolom die het dier uitblaast, is vanaf grote afstand te herkennen. Blauwe vinvissen hebben relatief korte, zwarte baleinen en keelgroeven die minimaal tot aan de navel doorlopen.

Natuurlijke geschiedenis

Blauwe vinvissen komen in alle wereldzeeën voor. Zij leggen grote afstanden af van tropische en gematigde wateren, waar de kalveren geboren worden, naar Arctische en Antarctische wateren, waar ze zich voeden met vrijwel uitsluitend krill. Blauwe vinvissen blijven gewoonlijk in open zee, maar komen soms dichter naar de kust om te foerageren en mogelijk ook om zich voort te planten.

Er worden drie ondersoorten onderscheiden: de "echte" blauwe vinvis, B. m. musculus, die in het noordelijk deel van de Atlantische en Stille Oceaan leeft; de kleine blauwe vinvis, B. m. brevicauda, die alleen voorkomt in het subantarctisch gebied; en B. m. intermedia, de populatie die de zomers doorbrengt in het Antarctisch gebied.

Blauwe vinvissen worden gewoonlijk alleen of in tweetallen waargenomen, maar op de voedselgronden worden ook grotere groepen aangetroffen. Voorafgaand aan een diepe duik, die tussen 10 en 30 minuten kan duren, komen de staartvinnen soms gedeeltelijk boven water. Er zijn volwassen dieren gezien die geheel uit het water sprongen, maar in de meeste gevallen betreft het jonge dieren die schuin uit het water springen, in plaats van loodrecht op het wateroppervlak.

Van de blauwe vinvis zijn slechts weinig populatiekenmerken bekend. Er wordt aangenomen dat ze met ongeveer tien jaar geslachtsrijp zijn. Kalveren zouden elke twee tot drie jaar geboren worden, na een draagtijd van 12 maanden. Ze worden gezoogd tot ze ongeveer acht maanden oud zijn en kunnen 90 jaar oud worden.

Het is niet bekend hoe groot de populatie blauwe vinvissen op dit moment werkelijk is, maar schattingen liggen rond de 5.000. Hoe groot de resterende populatie ook precies is, zeker is dat deze nog slechts een fractie vormt van de omvang voor de intensieve jacht op de soort werd ingezet.

 

Huidige Status Van De Soort
Status

Op dit moment staat de blauwe vinvis in de categorie bedreigd op de rode lijst van de International Union for the Conservation of Nature and Natural Resources (IUCN). De soort is bovendien opgenomen in Bijlage I van de Conventie inzake de Internationale Handel in Bedreigde Uitheemse Dieren en Planten (CITES).

Gevaren die de soort bedreigen
De blauwe vinvis werd in de vroege walvisjacht ongemoeid gelaten door zijn omvang, snelheid (24 tot 48 kilometer per uur bij achtervolgingen) en voorkeur voor diepe wateren (open zee). Aan het begin van de twintigste eeuw bracht een verbeterde vangsttechniek hier echter verandering in en werd de blauwe vinvis het ultieme jachtdoel, aangezien elk dier enorme hoeveelheden olie oplevert (70 - 120 vaten).

Bij het beheer van walvispopulaties werd de blauwe vinvis de maatstaf voor de vangstquota’s van alle andere soorten. Er werd een vangstlimiet voor blauwe vinvissen ingesteld (op basis van olieopbrengst), waarvan equivalente limieten voor andere soorten werden afgeleid, berekend aan de hand van hun omvang ten opzichte van de blauwe vinvis. Dit werd de Blue Whale Unit (BWU) genoemd: één blauwe vinvis = twee gewone vinvissen = 2,5 bultruggen = zes noordse vinvissen. Deze BWU leidde niet tot een betere bescherming van de populatie blauwe vinvissen, die reeds in de jaren '30 zozeer was uitgedund dat het dier in economische zin als uitgestorven kon worden beschouwd. Sinds de soort in 1965 bescherming kreeg van de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC), herstelt de blauwe vinvis zich langzaam.

Bedreigingen voor de blauwe vinvis zijn op dit moment ondermeer verstoring door seismische activiteiten, botsingen met grote schepen, verstrikking in visnetten en vervuiling (waaronder harde geluiden onder water en een toenemende hoeveelheid plasticafval in zee, gelekte olie en gedumpt industrieel afval).

Internationale handel
Opgenomen in CITES-bijlage I, die internationale handel verbiedt.

 

Auteur En Bronnen
Bronnen

CITES. 2001. Balaenoptera musculus. http://www.cites.org.

IUCN. 2001. The 2000 IUCN Red List of Threatened Species. http://www.redlist.org.

Jefferson, T.A., S. Leatherwood and M.A. Webber. 1993. Marine Mammals of the World. FAO Species Identification Guide. UNEP, Rome. 320pp.

Leatherwood, S. and R.R. Reeves. 1983. The Sierra Club Handbook of Whales and Dolphins. Sierra Club Books, San Francisco. 302 pp.


Blauwe vinvis Foto © B Lehnhausen/Photo Researchers, Inc