De Kaapse of Zuid-Afrikaanse pelsrob (A. p.
pusillus) is één van de twee ondersoorten van Arctocephalus pusillus, die in
verschillende gebieden leven, maar verder weinig opvallende onderlinge
verschillen vertonen. De andere ondersoort is de Australische pelsrob (A. p.
doriferus) die voorkomt in Zuidoost-Australië, Tasmanië en New South
Wales.
Het mannetje van de Zuid-Afrikaanse pelsrob is het grootste van
alle pelsrobben. Het dier heeft een duidelijk afgetekend voorhoofd en een
relatief lange, markante snuit, uitlopend in een stompe neus. Mannetjes worden 2
tot 2,3 meter lang en wegen 200 tot 360 kilo. Vrouwtjes worden 1,2 tot 1,6 meter
lang en wegen 40 tot 80 kilo.
Volwassen mannetjes zijn donkergrijs of
-bruin op de rug en lichter van kleur op de buik, en worden met de jaren
donkerder van kleur. Zoals de meeste mannetjespelsrobben hebben ze grove manen
rond de nek die na verloop van jaren lichter van kleur worden. Volwassen
vrouwtjes hebben een bruingrijze rug, een lichtbruine buik, en een lichter
gekleurde snuit, onderkaak en gezicht. Pups zijn bij de geboorte zwart en
krijgen als ze ouder worden een lichte grijsbruine kleur met een lichtgekleurde
keel.
| Natuurlijke geschiedenis |
De Zuid-Afrikaanse pelsrob komt voor langs de
kustlijn van Zuid-Afrika en Namibië, vanaf Kaap Kruis in zuidelijke richting tot
het Kaaps Schiereiland en in oostelijke richting tot Algoa Bay en Black Rocks,
Kaapprovincie, Zuid-Afrika. Zuid-Afrikaanse pelsrobben blijven het gehele jaar
in dezelfde regio, maar trekken wel rond binnen hun eigen leefgebied. De dieren
leven gewoonlijk in groepen van 15 dieren, maar verzamelen zich soms in grote
groepen die dicht in de buurt van de kolonie "ronddrijven".
De vrouwtjes
zijn met drie tot zes jaar geslachtsrijp – bij de mannetjes is dit vier tot vijf
jaar, hoewel ze naar alle waarschijnlijkheid niet paren voordat ze negen tot
twaalf jaar oud zijn. De pups worden geboren van eind oktober tot begin januari.
De geboortepiek ligt rond de eerste week van december, maar dit kan van kolonie
tot kolonie licht verschillen. Pups worden gewoonlijk gespeend als ze 12 maanden
oud zijn, hoewel sommige pups ook nog een tweede of zelfs een derde jaar gezoogd
worden.
Het dieet van de Zuid-Afrikaanse pelsrob varieert afhankelijk van
het seizoen en de beschikbaarheid van voedsel en omvat schoolvissen als de
horsmakreel, sardien, heek en Kaapse horsmakreel, maar ook pijlinktvis en
inktvis.
In 1990 werd de populatie Zuid-Afrikaanse pelsrobben geschat op
twee miljoen dieren.
| | |
|