Volwassen mannetjes van de Mediterrane monniksrob
zijn gemiddeld 2,4 meter lang en wegen rond de 315 kilo. De vrouwtjes zijn iets
kleiner en wegen ongeveer 300 kilo.
De volwassen dieren hebben gewoonlijk
een bruine of grijze rug, en een lichter gekleurde buikzijde met een witte vlek
op de buik. Lichtere vlekken op andere plaatsen komen ook voor. Oudere mannetjes
zijn vaak zwart van kleur.
Pups worden geboren met een zwarte, wollige
vacht en een witte of gele vlek op de buik. Ze zijn 88 tot 103 centimeter lang
en wegen 16 tot 18
kilo.
| Natuurlijke geschiedenis |
In het verleden was het leefgebied van de
Mediterrane monniksrob zeer uitgestrekt, met kolonies verspreid over het
Middellandse-Zeegebied, de Zee van Marmara en de Zwarte Zee. Monniksrobben
kwamen eveneens voor langs de Atlantische kust van Afrika, tot zover zuidelijk
als Mauritanië, Senegal en Gambia, en in de Atlantische Oceaan op de
Kaapverdische Eilanden, Madeira, de Canarische Eilanden en de
Azoren.
Tegenwoordig komt de monniksrob nog slechts in een klein gedeelte
van zijn oorspronkelijke leefgebied voor. In de loop van de 20e eeuw werd de
monniksrob verdreven van het vasteland van Frankrijk en Corsica, Spanje en de
Balearen, Italië, Sicilië en de Toscaanse Archipel, en Egypte, Israël, Libanon
en Tunesië.
Ook werd de soort op de rand van uitsterven gebracht in de
Zee van Marmara en de Zwarte Zee, de eilanden voor de Adriatische kust van
Kroatië, en hoogstwaarschijnlijk ook bij Sardinië. Wat van de monniksrob
resteert, zijn slechts twee populaties – één in het oostelijke
Middellandse-Zeegebied, en één in de Noordoost-Atlantische Oceaan, voor de kust
van Noordwest-Afrika.
Nu ze door de mens uit veel van hun leefgebieden
zijn verdreven, krijgen de moeders hun pups alleen nog in grotten in afgelegen
en relatief onverstoorde gebieden. Van de mannetjes en vrouwtjes wordt
aangenomen dat ze op vijf- of zesjarige leeftijd seksuele volwassenheid
bereiken, hoewel sommige vrouwtjes al op vierjarige leeftijd geslachtsrijp zijn.
Pups worden vrijwel het hele jaar door geboren, maar de piek van de geboorten
ligt in de maanden september in oktober.
Pups van de monniksrob kunnen al
zwemmen en duiken als ze zo'n twee weken oud zijn en worden gespeend als ze
ongeveer 16 tot 17 weken oud zijn. Monniksrobben foerageren in kustwateren, waar
ze jacht maken op vis en octopus. In het wild kunnen de dieren 20 tot 30 jaar
oud worden.
Op dit moment zijn er nog slechts 300 tot 500 exemplaren
over. | | | |