Choose Country

Klapmuts

Bookmark and Share

 

Classificatie:
Wetenschappelijke benaming:
Cystophora cristata
Klasse:
Mammalia
Onderklasse:
Orde:
Carnivora
Familie:
Phocidae
Genus:
Cystophora
Soort:
Cristata
Populatie Wereldwijd
Beschrijving En Natuurlijke Geschiedenis
Fysieke beschrijving

Volwassen mannetjesklapmutsen hebben een lengte van ongeveer 2,5 meter en wegen rond de 300 kilo. Volwassen vrouwtjes zijn circa 2,2 meter lang en wegen 160 kilo. Bij volwassen mannetjes loopt over het voorhoofd en de neus een opblaasbare zwarte huidzak die over de bek heen hangt. Als deze huidzak wordt opgeblazen neemt hij de vorm van een sikkelvormige ‘muts’ aan. De mannetjes kunnen bovendien hun neustussenschot opblazen tot een soort rode ballon. Bij jonge mannetjes ontwikkelt de muts zich naarmate ze volwassen worden; vrouwtjes hebben een dergelijke muts niet. De beide geslachten hebben een zilvergrijze vacht met donkere vlekken. De kop is zwart tot boven de ogen en de voor- en achtervinnen zijn eveneens zwart.

Pasgeboren pups wegen ongeveer 20 kilo en komen per dag tot vijf kilo aan, totdat ze op een leeftijd van vier dagen worden gespeend – na de kortste lactatieperiode van alle zoogdieren. Pups van de klapmuts worden ook wel bluebacks (blauwruggen) genoemd omdat hun rug een blauwgrijze kleur heeft, duidelijk afgescheiden van de zilvergrijze of gelige flanken en buik. Verder hebben ze donkere vinnen en een kenmerkend zwart gezichtsmasker.

Natuurlijke geschiedenis
Klapmutsen delen een groot deel van hun leefgebied met zadelrobben, hoewel ze gewoonlijk verder uit de kust en in dieper water leven. Hierdoor komen de twee soorten alleen tijdens een deel van de voortplantingstijd bij elkaar in dezelfde gebieden. Klapmutsen zijn niet zo eenvoudig onder te verdelen in populaties als zadelrobben, hoewel er drie groepen zijn onderscheiden, op basis van de manier waarop ze zich voortplanten: voor de Canadese oostkust, bij de "Front" en in de Golf van St. Lawrence ("Golf"); op het Westijs ten oosten van Groenland; en in Straat Davis tussen Groenland en Canada.

Klapmutsen krijgen één pup per jaar, die in de tweede helft van maart wordt geboren. De pups worden slechts vier dagen gezoogd, waarna ze door hun moeder worden achtergelaten. Het groepsinstinct is bij klapmutsen niet zo sterk ontwikkeld als bij zadelrobben. Moeders en hun pups worden in de werpgebieden bewaakt door één of meer agressieve mannetjes, die hun kans afwachten om met het vrouwtje te paren zodra ze haar pup gespeend heeft. Van klapmutsen wordt aangenomen dat hun leefgebied een groter gebied beslaat dan dat van de zadelrobben, maar er is weinig bekend over de verspreiding van de dieren na de ruitijd in de Straat van Denemarken. In 1996 werd de populatie geraamd op 627.000 dieren.

 

Huidige Status Van De Soort
Gevaren die de soort bedreigen
Klapmutsen worden jaarlijks bejaagd in Canada. De huidige toegestane vangstquota is 10.000 dieren per jaar. Verder worden klapmutsen ook van maart tot mei voor de kust van West-Groenland door Noorse zeehondenjagers gedood.

Auteur En Bronnen
Bronnen

Hammill, M.O. and G.B. Stenson. 2000. Estimated prey consumption by harp seals (Phoca groenlandica), hooded seals (Cystophora cristata), grey seals (Halichoerus grypus) and harbour seals (Phoca vitulina) in Atlantic Canada. J. Northw. Atl. Fish. Sci. Vol 26:1-23.

Hannah, J.L.. 200. Seals of Atlantic Canada and the Northeastern United States. International Marine Mammal Association. 33pp.

Lavigne, D.M. and K.M. Kovacs. 1988. Harps and hoods: Ice-breeding seals of the Northwest Atlantic. University of Waterloo Press. Waterloo, Canada. 174pp.

Malik, S., P.J. Wilson, R.J. Smith, D.M. Lavigne and B.N. White. 1996. Pinniped penises in trade: A molecular-genetic investigation. Conservation Biology Vol 11(6):1365-1374.

Reijnders, P. S. Brasseur, J. van der Toorn, P. van der Wolf, I. Boyd, J. Harwood, D. Lavigne and L. Lowry. 1993. Status Survey and Conservation Actioan Plan: seals, fur seals, sea lions, and walrus. IUCN/SSC Seal Specialist Group. 88pp.