Leer meer over onze campagnes
Classificatie:
Populatie Wereldwijd
Beschrijving En Natuurlijke Geschiedenis
Fysieke beschrijvingDe Afrikaanse olifant is het grootste landdier op aarde. Er zijn uiterlijke verschillen tussen de mannetjes en vrouwtjes (in grootte en lichaamsbouw) – zo ligt bij de mannetjes de schouderhoogte rond de 3 meter en het gewicht tussen de 5.000 en 6.000 kilo, terwijl dit bij de vrouwtjes rond respectievelijk 2,5 meter en 3.000 tot 3.500 kilo ligt.
Hun dikke, grijze of bruingrijze huid is spaarzaam behaard met zowel stugge als zachte, gevoelige haren. Om hun kwetsbare huid te beschermen tegen zonnebrand en insectenbeten, rollen olifanten door stof en modder, of werpen ze dit met hun slurf over zich heen. De Afrikaanse olifant is groter dan de Aziatische olifant en heeft grotere, waaiervormige oren, met een spanwijdte tot wel 1,5 meter. Afrikaanse olifanten hebben een holle rug, en zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben slagtanden (uitgegroeide bovenste snijtanden). De slurf blijft gedurende het hele leven van het dier groeien en is daardoor bij de oudere dieren het grootst. Olifanten gebruiken hun slurf voor het verzamelen en vervoeren van voedsel, en als wapen.
Net als de Aziatische olifant, gebruikt de Afrikaanse olifant zijn slurf (uitgegroeide neus en bovenlip) om mee te ruiken, te eten, te communiceren, voorwerpen vast te pakken, te baden en te drinken (ze drinken echter niet via de slurf; ze zuigen water op en spuiten dit vervolgens in hun bek). Afrikaanse olifanten hebben twee vingervormige uitsteeksels aan het eind van de slurf (Aziatische olifanten hebben er maar één) om gemakkelijker voorwerpen te kunnen vastpakken.
Afrikaanse dwergolifanten leven in de laaggelegen bosgebieden en planten zich ook voort met de grotere soort die langs de bosrand voorkomt. Dwergolifanten zijn ongeveer 2,4 tot 2,8 meter groot en wegen 1.800 tot 3.200 kilo. Ze hebben rechte, naar beneden wijzende slagtanden en de vorm van de oren is meer ovaal.
Natuurlijke geschiedenis
In het verleden bevolkten Afrikaanse olifanten de gebieden ten zuiden van de
Sahara, hoewel ze nu – door aantasting van hun leefgebieden door de mens en
uitbreiding van landbouwgronden - nog slechts voorkomen in bossen, wouden en
savannegebieden in parken en reservaten. Ze leven samen in complex
georganiseerde, rondtrekkende matriarchale groepen van acht of tien tot vijftien
aan elkaar verwante dieren, onder leiding van een dominant vrouwtje
(koe).
Elke vier tot negen jaar wordt er één kalf (tweelingen zijn
bijzonder zeldzaam) geboren, na de langste draagtijd van alle zoogdieren op
aarde – ongeveer 22 maanden. Kalveren wegen 79 tot 113 kilo en kunnen al enkele
uren na de geboorte bij de moeder drinken, uit de melkklieren tussen haar
voorpoten. Kalveren drinken tot hun derde jaar bij hun moeder, maar blijven van
haar afhankelijk tot ze acht of tien jaar oud zijn.
Koeien en vrouwelijke
kalveren blijven hun hele leven bij elkaar, terwijl mannetjes de kudde verlaten
zodra zij de puberteit (12 tot 14 jaar) bereiken. Familiegroepen zijn hechte
kuddes die bestaan uit verwante families die altijd vrij dicht bij elkaar in de
buurt blijven, en soms korte tijd samen clans vormen van 200 of meer
dieren.
De mannetjes (bullen) leven alleen of in kleine groepen
vrijgezellen. Net als bij de vrouwtjes, kunnen ook in deze groepen de onderlinge
machtsverhoudingen complex zijn. Als de mannetjes bronstig worden ("musth"
genoemd) stijgt het testosteronniveau en worden de dieren agressief. Andere
tekenen van de musth zijn afscheiding die uit een klier op de slaap bij de ogen
loopt en urine die langs de poten druppelt.
Bij olifanten zijn
reukvermogen en gehoor sterk ontwikkeld. Recent onderzoek wijst erop dat de
dieren gebruik maken van infrageluid om over grote afstanden met elkaar te
communiceren. Het dieet bestaat uit gras, scheuten, boomknoppen, struiken,
schors, en, als de gelegenheid zich voordoet, groente en fruit. Daarnaast hebben
ze per dag 115 tot 190 liter water nodig. Afrikaanse olifanten worden gemiddeld
60 tot 70 jaar oud.
Huidige Status Van De Soort
StatusDe Afrikaanse olifant heeft onder de Amerikaanse Endangered Species Act (ESA) en op de rode lijst van de International Union for the Conservation of Nature and Natural Resources (IUCN) de status bedreigd. De soort is vermeld in Bijlage I van de Conventie inzake de Internationale Handel in Bedreigde Uitheemse Dieren en Planten (CITES), met uitzondering van populaties in landen (Zimbabwe, Botswana en Namibië) waar ze zijn overgeheveld naar Bijlage II.
Gevaren die de soort bedreigen
Afrikaanse olifanten worden bedreigd door stropers en verlies van leefgebieden.
Hun slagtanden worden gebruikt in sieraden, pianotoetsen, hanko (de traditionele
naamstempels die in Japan voor officiële documenten gebruikt worden) en andere
voorwerpen. Huiden en andere lichaamsdelen spelen in de handel een bescheiden
rol; olifantenvlees wordt gegeten door lokale bewoners, en het dier is een
felbegeerde trofee onder jagers op groot wild.
Jarenlang vormde de
intensieve ivoorstroperij een ernstig gevaar voor het voortbestaan van de
Afrikaanse olifant als soort, en veel landen zagen hun olifantenpopulaties dan
ook sterk afnemen. Tussen 1979 en 1989 slonk volgens schattingen de populatie
van deze soort van 1,2 miljoen tot 600.000 exemplaren. In 1989 werd de handel in
ivoor verboden, en dankzij maatregelen voor een beter beheer en effectieve
bestrijding van de stropers namen de populaties in sommige landen weer
toe.
De discussie over de noodzaak en het succes van het verbod op de
ivoorhandel blijft echter tot vandaag de dag voortduren. Sommige landen,
waaronder Zuid-Afrika, Zimbabwe, Botswana en Namibië, slaagden erin hun
olifantenpopulaties beter te beheren en beweerden dat zij door de in omvang
toegenomen populaties kampten met meer schade aan de oogst, lagere inkomsten uit
de jacht, en meer conflicten tussen olifanten en de lokale bevolking. Dit leidde
tot een voorstel om de Afrikaanse olifanten in Zimbabwe, Botswana en Namibië van
CITES-bijlage I naar bijlage II te verplaatsen, en op die manier een beheerste
handel in olifanten en hun lichaamsdelen toe te staan. Na een aantal
aanpassingen werden de voorstellen goedgekeurd, waarmee Botswana, Namibië en
Zimbabwe toestemming kregen om per land vastgestelde hoeveelheden ivoor aan
Japan te verkopen. Voorstanders van het plan beweren dat het geld dat de verkoop
oplevert, ten goede kan komen aan de lokale bevolking, beschermingsprogramma's
voor wilde dieren en zelfs voor de financiering van
overheidsuitgaven.
Critici menen echter, dat elke vorm van handel in
ivoor zal leiden tot hervatting van de stropersactiviteiten en een afname van
olifantenpopulaties. Bovendien kan de illegale ivoorhandel gemakkelijker onder
de dekmantel van de legale markt opereren.
Omdat olifanten zijn
ingesloten binnen parken en reservaten, worden sommige kuddes te groot voor het
beperkte gebied waarin ze leven. In het verleden werden er daarom olifanten
afgemaakt of vanuit overbegraasde gebieden naar andere locaties overgebracht,
maar in de toekomst zal het gebruik van anticonceptie mogelijk als goed
alternatief kunnen worden ingezet.
Internationale handel
De
belangrijkste afzetmarkten voor ivoor waren in het verleden Europa,
Noord-Amerika, Japan, Hongkong, Singapore en India. Tegenwoordig vindt er alleen
nog legale handel met Japan plaats.
Auteur En Bronnen
BronnenAnonymous. 2001. Elephant, Loxodonta africana.
http://www.nature-wildlife.com/eletxt.htm
CITES. 2001. Loxodonta africana. http://www.cites.org.
Corn, M.L. and S.R. Fletcher. 1997. African elephant issues: CITES and
CAMPFIRE. Congressional Research Service Report for Congress.
http://www.ncseonline.org/NLE/CRSreports/Biodiversity/biodv-16.cfm
IUCN. 2001. The 2000 IUCN Red List of Threatened Species—Loxodonta
africana.
http://www.redlist.org.
Oakland Zoo. 2001. African elephant.
http://www.oaklandzoo.org/atoz/azeleph.html












