De tuimelaar is de bekendste dolfijnensoort. Dit
is met name te danken aan zijn grote populariteit in dolfinaria, op televisie en
in de media. De tuimelaar is een grote, stevige dolfijn met een lange rugvin. De
kleur varieert van blauwgrijs tot bruinachtig en zwart, met lichtere flanken en
buik, soms met een rozige tint. Op de flanken en buik zijn soms vlekken
zichtbaar. Tuimelaars hebben geen onderscheidend kleurenpatroon, wat wel
kenmerkend is voor andere soorten. De dieren hebben een korte bek, die duidelijk
van het voorhoofd is gescheiden door een diepe rimpel, en over de staartvinnen
loopt een diepe inkeping. Volwassen dieren zijn 1,9 tot 3,8 meter lang en wegen
tussen 140 en 650 kilo. Mannetjes zijn over het algemeen groter dan vrouwtjes.
Kalveren zijn bij de geboorte ongeveer 1 tot 1,3 meter lang en wegen 25
kilo.
| Natuurlijke geschiedenis |
| De natuurlijke geschiedenis van de tuimelaar is
tot in detail bestudeerd. De dieren komen voor in gematigde en tropische wateren
over de hele wereld. Er zijn twee vormen onderscheiden: een soort die aan de
kust leeft en de voorkeur geeft aan ondiepe, warme kustwateren als baaien en
rivieren en zich gewoonlijk in kleine groepen van minder dan tien dieren
verplaatst; en een soort die in open zee leeft en voorkomt in diepe wateren ver
uit de kust, en zich meestal verplaatst in groepen van tientallen of honderden
dieren. Deze dolfijnen zijn bijzonder actief en in grote groepen bevinden zich
soms ook andere dolfijnensoorten, evenals grienden. Tuimelaars zijn nieuwsgierig
van aard en kunnen zich met grote snelheid verplaatsen. Ze zwemmen graag mee op
de boeg- of hekgolven van schepen of maken acrobatische sprongen uit het water.
Tuimelaars kunnen zich met andere dolfijnensoorten voortplanten en doen dit
zowel in het wild als in gevangenschap. De vrouwtjes zijn geslachtsrijp als ze 5
tot 10 jaar oud zijn, de mannetjes tussen 8 en 12 jaar. Elke 3 tot 6 jaar wordt
er één kalf geboren, dat gezoogd wordt tot het 12 tot 18 maanden oud is. De
tuimelaar voedt zich met uiteenlopende prooien en past verschillende technieken
toe bij de jacht; de dieren jagen alleen of in samenwerking met anderen, en in
sommige gebieden drijven ze vis op in de richting van modderbanken en werpen ze
zichzelf aan land om deze te
vangen. | | | |