Choose Country

Griend

Bookmark and Share

 

Classificatie:
Wetenschappelijke benaming:
Klasse:
Mammalia
Onderklasse:
Orde:
Cetacea
Familie:
Delphinidae
Genus:
Globicephala
Soort:
Globicephala melas
Populatie Wereldwijd
Beschrijving En Natuurlijke Geschiedenis
Fysieke beschrijving

De griend is een middelgrote walvis, met een lang lichaam, een bolrond voorhoofd en een zeer korte snuit. Bij volwassen mannetjes hangt het ronde voorhoofd over de snuit. De bek heeft een 'lachende' uitdrukking, en het halvemaanvormige blaasgat bevindt zich bovenop de kop, iets links van het midden.

De opvallende rugvin is sikkelvormig, vrij laag, met een brede basis, en bevindt zich vrij ver naar voren op de rug (vanaf de kop gezien op ongeveer een derde van het lichaam). Bij volwassen mannetjes hebben de rugvinnen soms een dikkere voorrand en een rondere vorm dan bij de vrouwtjes. De borstvinnen zijn bijzonder lang en dun, met puntige uiteinden en een gehoekte rand, die een soort 'elleboog' vormt. De staart heeft een brede, gekielde wortel. Naar de zijkanten loopt de staart holrond in een punt. In het midden van de staart loopt een diepe inkeping.

Grienden zijn vrijwel geheel zwart van kleur. Pasgeboren en onvolwassen dieren zijn soms iets lichter van kleur, en de jongere exemplaren hebben vaak een aantal grijze vlekken. De meeste volwassen dieren hebben littekens, variërend van krassen van de zuignappen van inktvissen tot littekens van tandafdrukken door gevechten met de eigen soort. Onderlinge verschillen in kleur komen voor; volwassen grienden hebben gewoonlijk lichtere vlekken op de keel en buik en soms ook achter de rugvin en ogen – meestal in de vorm van een ankervormige buikvlek, een rugzadel en een bles bij de ogen. Het grijze rugzadel bevindt zich dicht achter de rugvin, kan meer dan 1 meter lang zijn, en loopt richting de staart in een punt. De bles boven de ogen is smal, lang en loopt door tot 20 cm achter het oog. Het zadel achter de rugvin en de bles boven het oog zijn bij dieren in het Noord-Atlantisch gebied niet zo opvallend als bij de dieren die op het zuidelijk halfrond voorkomen. Deze kleurpatronen bieden weinig houvast bij het onderscheiden van individuele dieren, aangezien ze vaak onduidelijk en moeilijk waar te nemen zijn.

Het aantal tanden varieert, maar gewoonlijk zijn het er negen tot twaalf in elke kaakhelft (ongeveer 40 in totaal). De tanden zijn scherp en puntig, maar kunnen met de jaren afslijten.

Natuurlijke geschiedenis
Grienden zijn bijzonder sociaal. Groepen grienden variëren in omvang van minder dan tien tot meer dan 1.000 dieren, hoewel ze gewoonlijk worden gezien in groepen van 20 tot 100 dieren. Groepen die in open zee worden waargenomen, zijn gewoonlijk kleiner dan de groepen die stranden of naar de kust afdrijven, en aangenomen wordt dat de groepsgrootte varieert afhankelijk van wisselingen in de omstandigheden, zoals voeding, omgevingsfactoren en migratie. Soms komen kleinere groepen tijdelijk samen in grotere groepen, zoals ook bij andere sociale walvisachtigen is waargenomen bij seizoensafhankelijke migratie, foerageren en de voortplanting.

Grienden leven in de gematigde en subpolaire wateren, en worden gewoonlijk aangetroffen in diepe wateren ver uit de kust, hoewel ze soms ook in kustwateren in delen van de noordelijke Atlantische Oceaan worden waargenomen. De grienden op het zuidelijk halfrond leven geïsoleerd van hun soortgenoten op het noordelijk halfrond. Grienden worden vaak aangetroffen langs de randen van continentale platen, aangezien ze de voorkeur geven aan diep water. De rand van de continentale plaat bij de Amerikaanse oostkust staat bekend als een drukbezocht leefgebied voor walvisachtigen, en onderzoek heeft aangetoond dat de griend van alle walvisachtigen die zich in deze wateren verzamelen, de sterkst vertegenwoordigde soort is. Over het algemeen is het bodemreliëf aan de rand van de plaat het grootst, en dat blijkt de distributie van grienden te beïnvloeden. Ze komen meestal voor op plaatsen waar de hoogteverschillen in de zee bodem het grootst zijn.

Vrouwtjesgrienden worden ouder dan de mannetjes - 60 jaar of ouder. De levensverwachting voor de mannetjes ligt rond de 50 jaar. Het komt voor dat grienden stranden, zowel individueel als met hele groepen van soms honderden dieren tegelijk. Mogelijk is dit de belangrijkste natuurlijke doodsoorzaak.

Huidige Status Van De Soort
Status

De griend komt vrij algemeen voor; de totale populatie in de noordelijke Atlantische Oceaan en de Zuidelijke IJszee wordt geschat op enkele honderdduizenden. Bij tellingen eind jaren '80 werd in het noordoostelijke deel van de noordelijke Atlantische Oceaan een populatie van circa 750.000 grienden geteld.

Gevaren die de soort bedreigen
Op het noordelijk halfrond wordt al eeuwenlang op de griend gejaagd. In het oosten van de Atlantische Oceaan lag het zwaartepunt van de jacht bij de Faeröer Eilanden, waar honderden jaren lang jaarlijks enkele duizenden dieren werden gedood in een drijfjacht. Ook werd er op kleine aantallen gejaagd in Noorwegen, West-Groenland en IJsland, en langer geleden ook in Noord-Schotland. In het westelijk deel van de Atlantische Oceaan speelde de jacht zich hoofdzakelijk tussen 1947 en 1964 af in Newfoundland, met een piek van 10.000 gevangen dieren in 1956. Vanaf het midden van de 18e eeuw tot de jaren '20 van de volgende eeuw was er bij Cape Cod sprake van actieve drijfjacht. Daarnaast werd een aanzienlijk aantal grienden uit het water gehaald als bijvangst - bijvoorbeeld bij de makreelvangst voor de kust van de noordoostelijke staten van de VS, en voor de kust van Zuidwest-Engeland, en in sleep- en haringnetten elders in de noordelijke Atlantische Oceaan en het Middellandse Zeegebied.

De jacht bij de Faeröer Eilanden heeft de laatste jaren veel bezorgde en verontwaardigde reacties opgeleverd. De belangrijkste bezwaren zijn de onmenselijke jachtmethoden en de vraag of de jacht vanuit sociaal-economisch of voedseltechnisch oogpunt noodzakelijk (en daarmee nog steeds gerechtvaardigd) is. Er is zelfs gesteld dat consumptie van het vlees van de griend ernstige gezondheidsrisico's kan hebben, als gevolg van de hoge concentraties verontreinigende stoffen in het vlees, met name metalen als kwik en cadmium, en PCB's en andere organochlorines.

Grienden die rond de Britse Eilanden waren gestrand, zijn onderzocht op organochlorine die in het vet- en leverweefsel worden opgeslagen. Er werden hoge, mogelijk leeftijdgerelateerde concentraties PCB, DDT-resten en dieldrin aangetroffen, vergelijkbaar met de bij andere walvisachtigen aangetroffen niveaus. De concentraties PCB lagen echter hoger dan alle andere waarden die eerder voor grienden waren gepubliceerd. Het niveau van verontreinigende organochlorines neemt bij mannetjes evenredig met de leeftijd toe, maar neemt bij geslachtsrijpe vrouwtjes af, wat erop wijst dat deze stoffen in de zwangerschap en lactatieperiode door de moeder aan haar nakomelingen worden doorgegeven. Dit is bij tuimelaars aangetoond. Er werden bovendien sporen van kwik en cadmium aangetroffen in de lever van griendfoetussen, waarmee is aangetoond dat deze elementen via de placenta worden doorgegeven. Cadmium wordt eveneens via de moedermelk op de kalveren overgedragen.

Daarnaast is er bezorgdheid over de mogelijk nadelige effecten van harde geluiden onder water voor zeezoogdieren. In het Middellandse Zeegebied werden de geluiden die grienden produceren beluisterd terwijl het leger gebruik maakte van sonar. De geluiden van de grienden bleken te veranderen als reactie op het lawaai dat tot in de wijde omgeving alle andere geluiden overstemde. De gevolgen van dergelijke veranderingen voor de geluiden die walvisachtigen produceren en voor de wateren waarin zij leven zijn niet bekend.

 

Auteur En Bronnen