Er worden twee soorten gewone dolfijnen
onderscheiden, de kortsnuitige soort die voorkomt in open zee (D. delphis) en de
langsnuitige soort die de voorkeur geeft aan de kustwateren (D. capensis),
bovendien zijn er vele regionale soorten beschreven. De gewone dolfijn is een
gestroomlijnde, middelgrote dolfijn met een lange, smalle snuit en een hoge
rugvin. Deze soort wordt in het Engels ook wel “saddleback dolphin" genoemd,
naar de V-vormige donkere vlek op de rug, die vanaf de sikkelvormige rugvin over
beide flanken omlaag loopt en wel wat op een zadel lijkt. Dit zandloperpatroon
is aan de voorzijde lichtgrijs tot bruingeel, en gaat richting de staart over in
grijs. De rug is grijs en de buik wit. De lippen zijn donker van kleur en
bovenop het voorhoofd begint een donkere lijn die doorloopt in donkere ringen
rond de ogen. Gewone dolfijnen hebben bovendien een donkere streep van het
midden van de onderkaak naar de buikvin. Volwassen dieren zijn gewoonlijk 1,7
tot 2,5 meter lang, hoewel de lengte tussen geografische groepen onderling sterk
varieert. Kalveren zijn bij de geboorte 80 tot 85cm
lang.
Natuurlijke geschiedenis
De gewone dolfijn komt wereldwijd voor in zowel
de diepe als ondiepe wateren van de tropische, subtropische en gematigde zones.
Gewone dolfijnen zijn snelle en energieke zwemmers en 'rijden' vaak mee op de
boeggolven van schepen en zelfs van grotere walvissen. De dieren springen vaak
uit het water de lucht in, in het Engels porpoising genoemd, en de geluiden die
ze maken zijn soms zelfs boven water te horen. De dieren worden waargenomen in
groepen van enkele tientallen tot 1.000 en zelfs 10.000 dieren. De gewone
dolfijn wordt ook wel gezien in gezelschap van gestreepte dolfijnen en af en toe
ook samen met tuimelaars en grienden. Kalveren worden gewoonlijk in het voor- en
najaar geboren, maar ook in de zomer zijn er geboortepieken genoteerd. Per jaar
wordt er één kalf geboren, na een draagtijd van 10 tot 11 maanden. Kalveren
worden gespeend als ze ongeveer vier maanden oud zijn. De gewone dolfijn voedt
zich vooral met kleine schoolvissen en pijlinktvis. Sommige groepen passen
groepstechnieken toe bij de jacht, zoals het samendrijven van de
prooi.
Huidige Status Van De Soort
Status
De gewone dolfijn komt niet voor op de lijst van
de International Union for the Conservation of Nature and Natural Resources
(IUCN), maar is wel opgenomen in Bijlage II van de Conventie inzake de
Internationale Handel in Bedreigde Uitheemse Dieren en Planten
(CITES).
Gevaren die de soort bedreigen
In het verleden zijn wereldwijd door vissers
aanzienlijke aantallen gewone dolfijnen gevangen. In de Turkse en Russische
dolfijnenvisserij in de Zwarte Zee werden grote aantallen van de soort gedood,
wat tot een afname van deze populatie leidde. Gewone dolfijnen worden eveneens
gevangen in de tropische wateren van de Stille Oceaan bij het vissen op tonijn,
en sommige exemplaren worden onbedoeld als bijvangst gevangen door vissers in
het Atlantisch gebied. Verder zijn er veel dolfijnen gevangen voor de kust van
Japan en in het Middellandse Zeegebied. Een andere bedreiging voor de soort is
het aanspoelen van groepen en afzonderlijke
exemplaren.
Internationale handel Opgenomen in CITES-bijlage II, die
internationale handel verbiedt.
Geraci, J.R. and V.J.
Lounsbury. 1993. Marine mammals ashore; A field guide for
strandings. Texas A&M University Sea Grant College Program.
Galveston, Texas.305pp.
Wynne, K. and M. Schwartz.
1999. Guide to marine mammals & Turtles of the U.S. Atlantic &
Gulf of Mexico. Rhode Island Sea Grant.
114pp.
Jefferson, T.A., S. Leatherwood and M.A. Webber.
1993. Marine mammals of the world. United Nations Environment
Programme. Food and Agriculture Organization of the United Nations.
320pp.