De bonobo of dwergchimpansee is op dit moment een van de meest bedreigde apensoorten ter wereld.
Om deze vreedzame mensaap te redden, steunt het IFAW het onmisbare werk van het opvangcentrum Lola Ya Bonobo bij Kinshasa, dat onderdak biedt aan de grootste groep bijna in vrijheid levende bonobo’s ter wereld.
Vechten om te overleven
Lola Ya Bonobo verzorgt momenteel 26 jonge en jongvolwassen bonobo’s, en dat zijn nog de dieren die geluk hebben gehad: ze zijn onderschept in de straten van de hoofdstad waar ze te koop werden aangeboden.
Pasgeboren bonobo’s zijn zo klein dat men ze in de bushmeathandel als weinig waardevol beschouwt, en ze worden daarom vaak verkocht als ‘huisdier’. Anders dan chimpansees zijn bonobo’s zeer kwetsbare dieren, en er zijn maar weinig gevallen bekend van dit soort ‘huisdieren’ die de volwassenheid hebben bereikt.
In het wild klemmen bonobo’s zich de eerste vijf jaar van hun leven voortdurend aan hun moeder vast, of blijven in ieder geval dicht bij haar in de buurt. Dit maakt hun eerste paar dagen in het opvangcentrum cruciaal. Alle weesjes zijn doodsbang en eenzaam, en hebben heel veel liefde en zorg nodig van hun pleegmoeder. Sommige van deze dieren geven eenvoudig de strijd om in leven te blijven op.
Bescherming en voorlichting
Het opvangcentrum, dat in 1994 werd opgericht, is tegenwoordig onderverdeeld in twee gedeelten – de babyafdeling, waar de jongste recent binnengebrachte bonobo’s worden verzorgd door menselijke pleegmoeders, en een groot omheind bosgebied waar jongvolwassen en volwassen bonobo’s met minimale tussenkomst van de mens in een bosomgeving leven die vergelijkbaar is met hun natuurlijke leefgebied.
Er wordt gewerkt aan een natuurreservaat waarin volwassen bonobo’s kunnen worden vrijgelaten, in een omgeving die vergelijkbaar is met hun natuurlijke leefgebied. Naast de zorg voor de jonge bonobo’s, heeft het opvangcentrum een belangrijke taak in het geven van voorlichting via regelmatig verzorgde gratis excursies en voorlichtingsbezoeken voor lokale scholen, universiteiten en andere groepen.
Oprichtster van het centrum Claudine Andre legt uit dat de grootste vraag naar bushmeat afkomstig is uit de steden – ze hoopt daarom dat voorlichting aan de stadsbevolking over hun natuurlijke erfgoed zal bijdragen aan het behoud van de bonobo.
"Een groot deel van de bevolking die in de grote steden van de DRC woont, zal waarschijnlijk nooit over de financiële middelen beschikken om een bezoek te kunnen brengen aan de beschermde gebieden en nationale parken van hun uitgestrekte land,” vertelt Andre. “Doordat ze de reservaten niet kunnen bezoeken, krijgen veel Congolezen nooit de kans de dieren van hun land met eigen ogen te zien.”
"Deze verweesde bonobo’s kunnen nooit meer in een georganiseerde groep in het wild worden teruggeplaatst, doordat ze bij hun moeders zijn weggehaald. Wel kunnen we ze laten meedoen aan een voorlichtingsprogramma, waarmee ze hun steentje bijdragen aan het voortbestaan van de laatste overgebleven bonobo’s in hun land."
Feiten over bonobo’s
De naam ‘bonobo’ lijkt te zijn afgeleid van 'Bolobo', de naam van een dorp aan de Congorivier waar de eerste dieren van deze soort wetenschappelijk werden bestudeerd.
Bonobo’s lijken in veel aspecten van hun ontwikkeling op chimpansees en mensen. Zo verliezen ze hun melktanden als ze vijf tot zeven jaar oud zijn, en bereiken ze de puberteit tussen hun negende en elfde jaar.
Ze worden vaak de ‘vreedzame aap’ genoemd, omdat ze in een door de vrouwtjes gedomineerde samenleving leven en problemen oplossen door geslachtsgemeenschap met elkaar te hebben. Anders dan andere soorten die alleen op specifieke momenten in de cyclus van het vrouwtje voor reproductieve doeleinden paren, doen bonobo’s dat – net als mensen – ook voor hun plezier.













